Bouwkundig detailleren voor tekenaar en ontwerper:

Drinkwatergeschiedenis.

Voor de volgende onderwerpen ga naar:

drinkwater algemeen;

waterputten, -kelders en verswaterbakken;
watertanks;
waterpompen;

watertorens;

de waterram;

 


 

Drinkwater algemeen:


bron tekst:   Culemborg, de stad en het water in de tweede helft van de negentiende eeuw.
Culemborgse voetnoot 2015-56    (C.W.Raven)
Genootschap A.W.K.Voet van Oudheusden   http://www.voetvanoudheusden.nl/pdf/Voetnoot_56-2015.pdf


noot!
Lange tijd wisten zowel burgers als medici niet hoe de cholera zich precies verspreidde.
Onder medici was de uitwaseming van rottende materie theorie echter het meest gangbaar. Door giftige dampen afkomstig van besmet voedsel of besmette mensen in te ademen, dachten zij geïnfecteerd te kunnen worden.

In 1854 ontdekte de Britse medicus John Snow dat de cholera bacterie zich verspreidt via water en niet door de hierboven genoemde giftige dampen.
Men riep daarom dan ook op om bevuild drinkwater zo veel mogelijk te vermijden. Daarnaast werd ook het eten van onrijp fruit, komkommers, meloenen en garnalen sterk afgeraden omdat men dacht dat ook deze producten dragers konden zijn van de bacterie.
En omdat onrijp fruit hier volop aanwezig was, werd dit hier dan ook bij name genoemd.

Voor de gebruikelijke waterputten, welke per regio (afhankelijk van aanwezige het water) verschillend zijn, zie hieronder bij het subonderwerp "Waterputten".


noot!
Gelukkig had Culemborg sinds 1839 een eigen jeneverstokerij/branderij 'De Hoop' gelegen nabij de haven aan de Lek.


noot!
De Steenovenslaan was gelegen achter de jeneverstokerij, dus niet ver van de Lek. Maar waar haalde zij het water vandaan ?
In 1849 werden er b.v. 375.329 liters gedistilleerd (bron: voetnoot 19).


noot!
Voor de gebruikte waterpompen, voor zowel binnen als buiten, zie hieronder bij het subonderwerp "Pompen".


noot!
Beerputen en daaraan gekoppelde zak- of stapelputten waren bewust niet waterdicht. Afvalwater, urinevocht, etc. moest via de bodem verdwijnen.
zie   het subonderwerp "De situatie rond 1900" van het onderwerp "Geschiedenis van de (afval)waterketen" behorende bij het onderdeel "installaties - riolering".


noot!
De dijken waren toen nog niet zo hoog als nu en de rivieren stonden in rechtstreekse verbinding met de zee. De dagelijkse eb en vloed getijen waren daardoor ook in Culemborg nog steeds zichtbaar. Hoog water, waarbij de laag gelegen landerijen nabij de rivier onder liepen, kwam bijna jaarlijks voor als de sneeuw in de bergen te snel smolt en het daarnaast ook nog regende.
Laag water, hoewel minder, kwam meestal alleen voor in het begin van het najaar, maar daar hadden de bewoners zelf zelden last van, tenzij men schipper was en op de rivier moest varen.

Duidelijk is echter dan de aanwezige grondwaterpeilhoogte hier door het kwelwater van de rivier werd bepaald. Geen wonder dus dat de fecaliën verontreiniging veelvuldig voorkwam. Deze werd namelijk met het kwelwater meegevoerd naar lager gelegen gebieden.

Tevens is ook duidelijk dat de putten niet zo diep waren geslagen om dit droogte probleem (wat niet vaak voorkwam) te voorkomen.


noot!
Men zal bij de keuze van koper als materiaal wel gedacht hebben:   baat het niet dan schaadt het niet.
Maar hoe men op het verhaal van beerputten op die plek komt is mij onduidelijk. Het water van de naastliggende haven is dichterbij (zie onderstaande foto's bij waterpompen) dan de tegenoverliggende bebouwing. Dus de vervuiling komt eerder van die kant, tenzij er plaatselijke ondergrondse stromingen waren die het bij hoogwater aangevoerde kwelwater bij laagwater weer terugvoerde naan de Lek. .


noot!
Met de stadspompen worden hier natuurlijk de particuliere pompen in de stad bedoeld en niet de openbare pompen. Daar zorgde het stadsbestuur zelf voor.


noot!
Het was hiervoor nog te vroeg.
Na de invoering van de Woningwet in 1901 kwam de hierbij horende vraag naar een goede veilige waterleidingnet pas echt op gang.


noot!
Dit wil echter niet zeggen dat de bestaande secreten met de bijbehorende beerputten en/of directe lozingen op het oppervlaktewater waren verdwenen. Het ging voornamelijk om afzonderlijke lozingen die overal plaatsvonden.

Er was echter nog een op te lossen probleem en wel:   waar moet je een ton plaatsen als je klein behuisd bent en 9 kinderen hebt.
zie   de inleidende tekst van het onderwerp "Toiletruimte algemeen" behorende bij het onderdeel "keukens/sanitair - sanitair".


noot!
zie hieronder bij het subonderwerp "Watertorens".
klik hier om naar boven te gaan



 

Waterputten, -kelders en verswaterbakken:

Als er geen voldoende schoon bodemwater, rivierwater en/of grachtwater aanwezig was dan moest het tijdens regenbuien worden opgevangen en worden opgeslagen.

Deze opslag gebeurde ondergronds in regen(water)putten of -kelders en verswaterbakken of bovengronds op zolder in een watertank.

Waterputten:

Een waterput (welput) is een gat in de grond om grond- en hemelwater te kunnen gebruiken.
Als het grondwater zich niet te diep bevindt, wat in het grootste deel van Nederland, meestal het geval is, dan was dit grondwaterpeil door vrij eenvoudig graafwerk gemakkelijk te bereiken. Zo'n gegraven put werd daarna meestal ingesloten door metselwerk van bakstenen, zodat het gegraven gat over de hele lengte van de put smal kon blijven en niet kon instorten als de grond zelf vochtiger c.q. minder stabiel werd. Dergelijke putten waren meestal maar een paar meter diep.
Water uit zo'n klassieke waterput werd over het algemeen met een emmer via een katrol of windas omhoog gehaald.

Als het grondwater echter dieper zat dan werd het water, net als binnenshuis, via in de grond aan te brengen pijpen middels een waterpomp opgepompd.

Openbare waterputten:

In de middeleeuwse steden waren openbare waterputten van vitaal belang, maar geleidelijk aan werden zij vervangen door pompen. Openbare waterputten zijn daarom, op enkele uitzonderingen na, uit stads- en dorpsbeeld verdwenen.
Her en der zijn nog wel waterputten aanwezig (meestal gecombineerd met regenwateropvang), doch deze waren niet openbaar.
 

Waterkelders(putten):

Waterkelders variëerden sterk in omvang: van een paar duizend liter in woonhuizen, tot bijna 30.000 liter bij bewoonde instellingen zoals bv weeshuizen.
Voorbeeld:
Kelders voormalig Warendorf complex - Oudegracht Utrecht

Links de werfkelders onder de straat,
vervolgens de kelders onder de bebouwing aan de straatzijde,
daarna de kelders onnder de achterhuizen van 328 en 334,
en de kelder van het voormalige tuinhuis van 334.

De kelder van het tuinhuis is met een gang verbonden aan de kelders van het achterhuis.
Deze gang schampt een voormalige ronde waterkelder. Deze voormalige waterkelder werd daarna, in zijn Warendorf tijd, gebruikt als opslagkelder.

 

Verswaterbakken (Amsterdam):

De grootte van deze waterbakken varieerde van 100.000 tot 200.000 liter en werden tussen 1790 tot 1824 aangelegd ten dienste van de openbare watervoorziening
(bron:   http://stadsarchief.amsterdam.nl/presentaties/amsterdamse_schatten/water/waterkelders/index.html)

(onbekende overblijfselen van deze vorm van opslag zul je waarschijnlijk nooit tegenkomen)
klik hier om naar boven te gaan



 

Watertanks:

Overblijfselen van regenwater opslag op zolder in een watertank kom je bij oude panden af en toe nog wel tegen.

Voorbeeld:  bron:   www.documentatie.org
bouw tekening uit 1897 voor bouwen van bijgebouw Haagsche Koffiehuis te Utrecht.
Lange koestraat 21 (thans gesloopt)

Op de zolder verdieping is te zien de wateropslagtank.
(let tevens op verzwaarde vloer welke nodig was om het gewicht te kunnen dragen)


situatie fragment van randvoorwaardekaart DRO Utrecht
bron:   Haalbaarheidsonderzoek (1989) betreffende mogelijk behoud van dit pand

 

zie  het betreffend haalbaarheidsonderzoek waarvan ik toen het tekenwerk mocht maken.
klik hier om naar boven te gaan


 

Waterpompen:

Voor de komst van de waterleiding trof men in de huizen en op de erven, van de meer welgestelden, overal pompen aan, meestal eenvoudig van uitvoering.
(foto:   een niet meer in gebruik zijnde pomp met hardstenen gootsteenbak) De foto is genomen tijdens de voorbereidingen van de verbouwing van de Gevangenpoort en Willem V museum. De bewakingsmonitor op de pomp is thans verdwenen.

(tekstfragment uit vouwblad "Historisch straatmeubilair".
Voor algemeen gebruik, door met name de derde of werkende klasse (het gewone volk), werden op pleinen en andere openbare ruimten vaak monumentale pompen geplaatst, die gevoed werden uit gemetselde waterputten.
De meeste van deze pompen, die in tegenstelling tot de waterputten, die zij vervingen, bewaard zijn gebleven, dateren uit de achttiende en negentiende eeuw.

zie  straatmeubilair bij (ontwerpelementen) exterieur divers.


 

 

 
Het in de Culemborgse voetnoot 2015-56 genoemde prijsverschil van dit soort pompen zit duidelijk in het omhullende jasje.

Zie hiervoor het verschil tussen de bij het straatmeubilair getoonde pomp en de naaststaande foto's van een andere Culemborgse pomp, nabij de haven, waarvan de pomp met zwengel, welke aan de balk binnen in de pomp zat, thans is verwijderd.

klik hier om naar boven te gaan



 

Watertorens:

De bouw van watertorens voor drinkwater komt in ons land vanaf het midden van de negentiende eeuw goed op gang.
Dit hing nauw samen met nieuwe inzichten op het terrein van de gezondheidszorg.

Zoals hiervoor reeds is vermeld ontdekte de Britse arts John Snow in 1854 het verband tussen cholera en het drinken van verontreinigd water uit grachten en sloten. Vaak werden mensen ziek na het drinken van dat vervuilde water. Zo ernstig zelfs, dat er epidiemieën ontstonden.
Bijvoorbeeld: In 1848 sterven er 2.273 Amsterdammers aan cholera, in 1866 nog eens 1.100. (amsterdam-tijden-cholera bron: www.amsterdam.nl)

De overheid keek niet toe, maar trof maatregelen en stimuleerde de aanleg van een waterleidingnet en de bouw van watertorens.
De cholera werd stap voor stap teruggedrongen en verdween uiteindelijk. Watertorens zijn derhalve niet alleen nuttige stoere torens met een markant silhouet, maar de watertoren is ook, gezien het bovenstaande, een symbool van beschaving, verbeterde gezondheidszorg en welzijn.

noot!
De overheid keek niet toe, maar trof maatregelen en stimuleerde:   het is maar hoe je er tegen aan kijkt.
De Culemborgse watertoren heeft een hoogte van 35,00 meter en heeft een waterreservoir van 200 m³ en is gebouwd in 1911. Dat wil zeggen dat nog vele, vele jaren later, zeker in het buitengebied, nog niet iedereen was aangesloten.
Hoewel ik niet in Culemborg ben opgegroeid, kan ik uit mijn jeugd in Lisse, zo'n 50 jaar later, nog diverse in gebruik zijnde pompen herinneren.

Watertorens voor de drinkwatervoorziening raken, door moderne technieken zoals elektrische pompen, thans overbodig.

  (de Nederlandse Watertoren Stichting:    http://www.watertorens.nl/)

Aanvankelijk leidde deze technische ontwikkeling tot de sloop van flink wat watertorens.

Maar dankzij de activiteiten van o.a. de Nederlandse Watertoren Stichting kwam er langzaam maar zeker een proces van bewustwording op gang.
De waardering voor deze bijzondere categorie industrieel erfgoed is groeiende en afbraak is niet meer vanzelfsprekend.

zie   hiervoor het subonderwerp "Watertorens" van het onderwerp "Torens" behorende bij het onderdeel "functionele vormgeving - typologiën".

afbeelding foto:   De beginjaren van de Culemborgse watertoren.
klik hier om naar boven te gaan


 

De Waterram:

Een waterram is een pomp die waterkracht gebruikt om te kunnen pompen.
Zo'n waterram kan bijvoorbeeld in een rivier met een klein waterverval gebruikt worden om water naar grotere hoogtes te pompen voor bijvoorbeeld huishoudelijk gebruik.

Het gebruikte principe is dat stromend water in een buis plotseling tot stilstand wordt gebracht door een klep te sluiten. De kinetische energie van het water wordt daarna gebruikt om een beetje water tot een veel grotere hoogte op te pompen, tot wel dertig keer hoger.

Hier in Nederland kwamen ze niet veel voor, omdat voldoende hoogteverschil voor de benodigde waterkracht veelal ontbrak.
Maar uitzonderingen zijn er altijd:
Zie onderstaand voorbeeld fragment uit het blad "Mooi Gelderland" (zomer 2020) van Geldersch Landschap & Kasteelen.
 


Bouwkundig detailleren voor tekenaar en ontwerper:
dd: 15-04-2021 (tekstaanpassing 29-07-2021)

 

 
klik hier om naar boven te gaan